Steen(en) uit Australia

Jon Wijtsma

Jousterweg 28 - Heerenveen Plan je route

Als ik aan een steen denk is dat een zwerfkei, alom bekend. Grijs, grauw en koud. In dit verhaal wil ik u meenemen naar de outback van Australië. Met een stel uit Zweden reisde ik voor een aantal weken door dit immense land. Zij hadden een auto tot hun beschikking, ik een tent. De weg naar Lightning Ridge was onverhard, stoffig en heet. Erg heet. Onderweg kwamen wij onder andere kangoeroes, emoes en de mooiste vogels tegen. We waren op weg naar een Zweed die daar woonde, en in een mijn werkte op zijn eigen terrein.

Na 2 dagen rijden kwamen we dan eindelijk aan in Lightning Ridge. Moe maar voldaan. Na een hartelijk welkom en een maaltijd rolden we ‘s avonds moe maar voldaan in onze slaapzakken. De volgende dag, zo spraken we af, gingen wij met z’n drieën samen met vader en zoon in de mijn afdalen. Na een goede nachtrust en ontbijt stonden we op tijd klaar om een, voor ons nieuw,(ondergronds) avontuur aan te gaan.

We werden voorzien van een helm met licht en ieder kreeg een pikhouweel. Een gat in de grond van zo’n 2 meter doorsnee was de ingang van de opaalmijn. Met een trap die loodrecht naar beneden ging was het nog een hele toer om de diepe schacht in te komen. Vol adrenaline stond ik daar dan, 25 meter onder de grond in een Australische opaalmijn. Een opaal is een steen die glimt zoals het parelmoer van bijvoorbeeld een schelp. Soms heeft hij één kleur in verschillende schakeringen, soms meerdere kleuren tegelijk. Deze stenen, eenmaal boven de grond gebracht, worden bewerkt en verwerkt in sieraden. Gezet in zilver of goud, bijvoorbeeld aan oorhangers of aan een ketting.

Maar nu terug naar de 25 meter diepte van de mijn. Lichten op de helmen aan. Hier en daar schommelde een klein peertje dat ook licht gaf, en natuurlijk de nodige angstaanjagende schaduwwerking met zich meebracht. Brrrr grrrr. De wanden bestonden uit wit/crèmekleurige kalksteen. De ondergrond was niet bepaald vlak te noemen. Met de Zweedse vader voorop als gids liepen we door het gangenstelsel. Wij met z’n drieën in het midden en de zoon sloot de rij opaalzoekers. Schuifelend, en ook wat op de tast, vonden wij onze weg. De vader hield op een bepaalde plek halt. We konden de pikhouweel van de broeksriem loskoppelen, en tikken maar. Er was ons al uitleg gegeven over hoe we met het gereedschap om moesten gaan, en hoe we een (mogelijke) opaalsteen konden vinden.

Na ik weet niet meer hoelang staakten wij onze werzaamheden, de oogst bekijkend. En ja, zichtbare oogst was er. Een paar kleine stukjes opaal gingen mee naar boven. Voordat wij naar boven gingen, ging eerst een aantal dichte manden met losgeslagen puin via een ingenieuze lift naar de oppervlakte. Via hetzelfde loodrechte, smalle trapje waardoor wij naar beneden waren gekomen.

Eenmaal boven ging al het meegebrachte puin in een centrifuge. Daar werd het gewassen en gezeefd met veel water. En dat bracht nog weer een aantal stukjes opaal aan het licht. In de verzengende zon glinsterde het ons tegemoet. Wij drieën kregen wat kleine stukjes opaal mee die te klein waren om in een sieraad te kunnen verwerken. Tot mijn spijt zijn deze in de loop der jaren zoekgeraakt tijdens presentaties van mijn reizen. Maar: de herinneringen en het verhaal blijven.

Dit was een eigen verhaal dat ik zo’n 30 jaar geleden meemaakte.

NB: Locatie is het oude Friesland College, bovenverdieping, ruimte 24 = is mijn woonkamer/keuken.

je bent welkom op 15 november 2019

Bekijk de verhalen En plan je bezoek

Op deze website verzamelen we alle verhalen en vertellocaties. Raadpleeg de landkaart of locatielijst voor verhalen in jouw omgeving. Zo kun je gericht op pad. Naar welke verhalen ga jij luisteren op 15 november?